Nederland · SLO Kerndoelen en Eindtermen
Klas 2 VWO Van Wereldrijken naar Wereldoorlogen: De Vorming van de Moderne Tijd
Deze cursus onderzoekt de transformatie van Europa en de wereld tussen 1500 en 1945. Leerlingen analyseren de overgang van absolute macht naar democratie en de impact van industrialisatie op de moderne samenleving.

Hervormers en Ontdekkers
De overgang van de Middeleeuwen naar de Vroegmoderne Tijd door de lens van de Renaissance en de Reformatie.
De verschuiving van een godsdienstig wereldbeeld naar het humanisme en de herontdekking van de klassieke oudheid.
De kritiek van Luther en Calvijn op de katholieke kerk en de daaropvolgende religieuze strijd in Europa.
De strijd van de Nederlandse gewesten tegen de Spaanse overheersing en het ontstaan van de Republiek.

De Gouden Eeuw en het Absolutisme
De bloei van de Nederlandse Republiek versus de opkomst van machtige vorsten in de rest van Europa.
De economische dominantie van de VOC en WIC en de culturele bloei in de zeventiende eeuw.
De centralisatie van de macht door vorsten zoals Lodewijk XIV in Frankrijk.
De verschuiving naar empirisme en rationalisme als basis voor kennis.

Verlichting en Revoluties
De opkomst van nieuwe ideeën over vrijheid en gelijkheid die leidden tot grote politieke omwentelingen.
Filosofen die de basis legden voor de moderne democratie en mensenrechten.
De val van het Ancien Régime en de strijd voor vrijheid, gelijkheid en broederschap.
De trans-Atlantische slavenhandel en de opkomst van de beweging om slavernij af te schaffen.

De Industriële Samenleving
De ingrijpende veranderingen in werk, wonen en politiek door de komst van machines.
De overgang van handmatige productie naar fabrieksmatige productie en de gevolgen voor de economie.
De slechte leef- en werkomstandigheden van de arbeidersklasse en de roep om sociale wetgeving.
De opkomst van liberalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.

Imperialisme en de Eerste Wereldoorlog
De Europese machtsstrijd om koloniën en de totale oorlog die het continent verscheurde.
Het modern imperialisme waarbij Europese landen grote delen van Afrika en Azië koloniseerden.
De oorzaken van de Eerste Wereldoorlog, waaronder militarisme, bondgenootschappen en nationalisme.
De technologische vernieuwingen en de verschrikkingen van de moderne oorlogsvoering.

Het Interbellum en de Tweede Wereldoorlog
De opkomst van totalitaire systemen en de grootste wereldwijde crisis uit de geschiedenis.
De economische bloei van de jaren 20 en de daaropvolgende wereldwijde economische depressie.
De kenmerken van het communisme, fascisme en nationaalsocialisme.
Het verloop van de oorlog en de systematische vervolging van minderheden.