Activiteit 01
Stationrotatie: Classificatiestations
Richt vier stations in: morfologie (kaarten met dierenfoto's sorteren), moleculaire kenmerken (DNA-sequenties vergelijken), cladogram bouwen (met stiften en papier) en discussie (verwantschap debatteren). Groepen rouleren elke 10 minuten en noteren bevindingen.
Waarom delen we organismen in groepen in?
FacilitatietipTijdens de stationrotatie: plaats kaarten met organismen en hun kenmerken op tafels, zodat leerlingen fysiek kunnen sorteren en discussiëren.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaart met de namen van vier organismen (bijvoorbeeld: mens, chimpansee, gorilla, vis). Vraag hen om op de achterkant van de kaart een kort, hiërarchisch classificatieschema te schetsen en één kenmerk te noemen dat de mens en chimpansee met elkaar verbindt maar niet met de gorilla.