Activiteit 01
Station Rotatie: Adaptatie Voorbeelden
Richt vier stations in: camouflage (modellen met stokken), mimicry (foto's van insecten), fysiologische aanpassingen (plantaardige doorsneden) en niche-specialisatie (video's van extremofielen). Groepen draaien elke 10 minuten en noteren hoe elke adaptatie overleving bevordert. Sluit af met een klassenvergelijking.
Analyseer hoe specifieke aanpassingen organismen helpen te overleven en zich voort te planten in hun niche.
FacilitatietipGeef bij Station Rotatie Adaptatie Voorbeelden per station een duidelijke startopdracht, zoals: 'Noteer twee aanpassingen en bedenk één selectiedruk die deze bevordert'. Zo voorkom je oppervlakkig observeren.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een afbeelding van een organisme met duidelijke aanpassingen (bv. een diepzeehengelaar). Vraag hen: 1. Welke aanpassing zie je duidelijk? 2. Hoe helpt deze aanpassing het organisme te overleven in zijn specifieke niche? 3. Noem één mogelijke selectiedruk die deze aanpassing heeft bevorderd.