Activiteit 01
Stationrotatie: Cel differentiatie
Richt vier stations in: microscopie van epitheel (mondslijmvlies), spiervezels (kipfilet doorsnede), modelbouw met klei voor structuren, en functie-simulatie met elastiekjes. Groepen rouleren elke 10 minuten en noteren structuur-functie verbanden.
Verklaar hoe cellen zich specialiseren om specifieke functies uit te voeren.
FacilitatietipBij stationrotatie: zorg dat elk station een uniek celtype of weefseltype heeft met duidelijke microscopiebeelden en korte tekstblokken, zodat leerlingen efficiënt kunnen switchen.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een afbeelding van een onbekend weefsel (bijvoorbeeld longweefsel of huidweefsel). Vraag hen om de belangrijkste celtypen te identificeren, de weefselstructuur te beschrijven en de functie van dit weefsel te verklaren op basis van de waargenomen kenmerken.