Activiteit 01
Stekjes Station
Leerlingen nemen stekjes van verschillende, makkelijk te stekken kamerplanten zoals een graslelie of pannenkoekenplant. Ze planten deze in potjes met aarde of zetten ze in water en volgen de ontwikkeling van de wortels en nieuwe bladeren gedurende enkele weken.
Leg uit wat ongeslachtelijke voortplanting bij planten inhoudt.
FacilitatietipZorg voor een variatie aan planten om te laten zien dat niet elke plant op dezelfde manier wortelt.
Waar je op moet lettenLaat leerlingen aan het einde van de les een 'exit ticket' invullen waarop ze één voordeel van ongeslachtelijke voortplanting en één nadeel noteren.
BegrijpenAnalyserenEvaluerenZelfmanagementSociaal Bewustzijn
Volledige les genereren→· · ·
Activiteit 02
Aardappelonderzoek
Leerlingen planten een hele aardappel en een stukje aardappel met een 'oog' (uitloper) in twee aparte potten. Ze observeren en vergelijken de groei over een periode en ontdekken hoe uit één knol meerdere nieuwe planten kunnen ontstaan.
Vergelijk de voor- en nadelen van ongeslachtelijke voortplanting met geslachtelijke voortplanting.
FacilitatietipGebruik biologische aardappelen, omdat supermarktaardappelen vaak behandeld zijn met een kiemremmend middel.
Waar je op moet lettenEen praktische opdracht waarbij leerlingen zelf een plant stekken en een kort verslag (logboek) bijhouden van de groei, inclusief foto's en een conclusie.
BegrijpenAnalyserenEvaluerenZelfmanagementSociaal Bewustzijn
Volledige les genereren→· · ·
Activiteit 03
Voordelen en Nadelen Debat
Verdeel de klas in twee groepen: één team verdedigt de voordelen van ongeslachtelijke voortplanting, het andere team die van geslachtelijke voortplanting. Na een korte voorbereidingstijd gaan de teams met elkaar in debat over welke strategie 'beter' is.
Identificeer voorbeelden van planten die zich ongeslachtelijk voortplanten, zoals via bollen, knollen of uitlopers.
FacilitatietipGeef de leerlingen van tevoren kaartjes met mogelijke argumenten om het debat op gang te helpen.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een lijst met de leerdoelen en laat hen met kleuren (rood, oranje, groen) aangeven hoe goed ze elk doel denken te beheersen.
BegrijpenAnalyserenEvaluerenZelfmanagementSociaal Bewustzijn
Volledige les genereren→Enkele opmerkingen over deze eenheid onderwijzen
Start met concrete en herkenbare voorbeelden zoals een aardappel met uitlopers of een aardbeiplant. Maak het proces visueel met afbeeldingen, video's en echte planten. De praktische activiteit van het zelf stekken van een plant maakt het concept 'klonen' tastbaar en zorgt voor een hoge betrokkenheid.
Aan het einde van dit onderwerp kunnen leerlingen de verschillende manieren van ongeslachtelijke voortplanting beschrijven en de voor- en nadelen ervan afwegen tegen geslachtelijke voortplanting. Ze kunnen ook zelfstandig een plantje succesvol stekken.
Pas op voor deze misvattingen
Planten kunnen zich alleen voortplanten met zaden.
Veel planten gebruiken naast zaden ook andere methoden. Ongeslachtelijke voortplanting via bollen, knollen of stekken is een veelvoorkomende en succesvolle strategie in het plantenrijk.
Een stekje is gewoon een 'babyplant', net als een zaailing.
Een stekje is een genetische kloon, een exacte kopie van de moederplant. Een zaailing is het resultaat van geslachtelijke voortplanting en heeft een unieke mix van genen van twee ouderplanten.
Alle ondergrondse opslagorganen zijn wortels.
Niet allemaal. Een knol, zoals een aardappel, is een verdikte stengel. Een bol, zoals een ui, bestaat voornamelijk uit verdikte bladeren (rokken). Beiden dienen voor opslag en ongeslachtelijke voortplanting.
Methodes gebruikt in dit overzicht