Activiteit 01
Modelbouw: Homologe chromosomen
Leerlingen bouwen homologe chromosomen met pipe cleaners en klei: markeer genlocaties met kleuren voor allelen. Wissel allelen uit om variatie te simuleren en bespreek genotype-fenotype relaties. Presenteer modellen aan de klas.
Wat is het verschil tussen een genotype en een fenotype in de praktijk?
FacilitatietipTijdens Modelbouw: Homologe chromosomen geef leerlingen twee sets gekleurde draden en markeer met stickers de locaties van specifieke genen op beide homologe chromosomen.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een casus van een dier met een specifieke eigenschap (bijvoorbeeld haarkleur). Vraag hen om het genotype te noteren, uitgaande van de beschikbare allelen, en het fenotype te beschrijven. Benoem ook welk chromosoom dit gen waarschijnlijk draagt.