Activiteit 01
Stationrotatie: Allelen en Kruisingen
Richt vier stations in: 1) genotype-fenotype kaarten sorteren, 2) dominant-recessief met kleurpotloden modelleren, 3) Punnett-schema's invullen met dobbelstenen, 4) incomplete dominantie simuleren met verf mengen. Groepen rouleren elke 10 minuten en noteren voorspellingen.
Differentiëer tussen genotype en fenotype met concrete voorbeelden.
FacilitatietipGeef bij Stationrotatie: Allelen en Kruisingen elk station een duidelijke opdrachtkaart met een voorbeeld van een kruising en een Punnett-vierkant om in te vullen.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaart met een genotype (bijvoorbeeld 'Bb' voor bloemkleur, waarbij B bruin en b wit is). Vraag hen om het bijbehorende fenotype te noteren en te verklaren waarom. Herhaal dit voor een homozygoot dominant en een homozygoot recessief genotype.