Activiteit 01
Stationrotatie: Plantenaanpassingen
Richt vijf stations in: wortels snijden en observeren, bladpreparaat maken voor stomata, cuticula demonstreren met olie, vaatbundels kleuren in doorsnede, en mossen vergelijken met varens. Groepen rotëren elke 10 minuten en noteren observaties in een logboek. Sluit af met een klassenbespreking.
Analyseer de evolutionaire aanpassingen die planten in staat stelden om op land te leven.
FacilitatietipTijdens de stationrotatie: zet bij elk station een korte openingsvraag op het bord die leerlingen direct met de materialen beantwoorden voor ze verder gaan.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een afbeelding van een specifieke plant (bv. een cactus, een varen, een mosplant). Vraag hen om twee specifieke aanpassingen te benoemen die deze plant helpt te overleven in zijn omgeving en leg uit hoe deze aanpassingen werken.