Activiteit 01
Circuitmodel: Textieltechnieken
Richt vier stations in: weven met papiertjes, stempelen met foam, knopen met wol en textuur aanbrengen met lijm. Groepen draaien elke 10 minuten en noteren effecten op patroon en textuur. Sluit af met een gallery walk.
Analyseer hoe textielkunstenaars materialen en technieken combineren om visuele texturen en patronen te creëren.
FacilitatietipZorg bij Station Rotation dat elk station een duidelijke, tastbare opdracht heeft met benodigdheden die direct uitnodigen tot experimenteren, zoals losse garens, stoffenresten en gereedschap zoals naalden of scharen.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaart met een afbeelding van een textielkunstwerk. Vraag hen één materiaal te benoemen dat de kunstenaar heeft gebruikt en één techniek die zichtbaar is. Laat ze vervolgens een zin schrijven over hoe deze keuze de textuur van het werk beïnvloedt.