Skip to content
Beeldende vorming · Groep 5

Ideeën voor actief leren

Installatiekunst: Ruimte Transformeren

Actief leren werkt bij dit onderwerp omdat leerlingen door het zelf ervaren van ruimteverandering begrijpen hoe installatiekunst de perceptie beïnvloedt. Fysiek bouwen en materialen aanraken maakt abstracte concepten zoals sfeer en interactie tastbaar en onthoudbaar voor groep 5.

SLO Kerndoelen en EindtermenSLO: Basisonderwijs - Beeldende vorming: ruimteSLO: Basisonderwijs - Beeldende vorming: betekenisgeving
25–45 minDuo's → Hele klas4 activiteiten

Activiteit 01

Projectonderwijs25 min · Duo's

Schetsronde: Ruimtetranformaties

Leerlingen kiezen een klasruimtehoek en schetsen drie manieren om die te transformeren met eenvoudige materialen. In paren wisselen ze schetsen uit en geven feedback op sfeer en interactie. Sluit af met een korte presentatie van favoriete ideeën.

Analyseer hoe een kunstinstallatie de perceptie van een ruimte en de interactie van de kijker kan veranderen.

FacilitatietipLaat bij de schetsronde leerlingen eerst stil staan in de ruimte voordat ze tekenen, zodat ze echt waarnemen wat ze willen veranderen.

Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met de vraag: 'Noem één materiaal dat je hebt gebruikt en leg uit hoe dit de sfeer in de ruimte veranderde.' Verzamel de kaartjes aan het einde van de les om de begripstoets te meten.

ToepassenAnalyserenEvaluerenCreërenZelfmanagementRelatievaardighedenBesluitvorming
Volledige les genereren

Activiteit 02

Projectonderwijs35 min · Kleine groepjes

Materialenverkenning: Sfeerproeven

Verzamel materialen als doeken, touwen, lampjes en karton. Groepen testen combinaties in een kleine ruimte en noteren hoe ze de sfeer veranderen. Fotografeer voor- en na-situaties om effecten te vergelijken.

Verklaar hoe de keuze van materialen en de plaatsing van objecten de sfeer van een installatie beïnvloeden.

FacilitatietipGeef bij de materialenverkenning kleine hoeveelheden van elk materiaal en vraag leerlingen om met gesloten ogen te voelen voordat ze beschrijven.

Waar je op moet lettenLaat leerlingen in kleine groepjes hun ontworpen installatie presenteren. Stel de vraag: 'Hoe verandert jullie installatie de manier waarop je deze hoek van het lokaal nu ziet? Welk gevoel roept het op?' Laat elke groep kort hun bevindingen delen.

ToepassenAnalyserenEvaluerenCreërenZelfmanagementRelatievaardighedenBesluitvorming
Volledige les genereren

Activiteit 03

Projectonderwijs45 min · Kleine groepjes

Bouwstation: Mini-installaties

Groepen bouwen een installatie in een afgebakende zone met gevonden materialen. Ze richten zich op één key question, zoals kijkerinteractie. Test de installatie met klasgenoten en pas aan op basis van reacties.

Ontwerp een installatie die een alledaagse ruimte omtovert tot een plek van verwondering of reflectie.

FacilitatietipZet bij het bouwstation eerst een voorbeeldinstallatie neer met duidelijke stappen, zodat leerlingen een structuur hebben om op voort te bouwen.

Waar je op moet lettenObserveer leerlingen tijdens het ontwerpproces. Stel gerichte vragen zoals: 'Waarom kies je ervoor om dit object hier te plaatsen?' of 'Welk effect hoop je te bereiken met dit materiaal?' Noteer korte observaties per leerling.

ToepassenAnalyserenEvaluerenCreërenZelfmanagementRelatievaardighedenBesluitvorming
Volledige les genereren

Activiteit 04

Projectonderwijs30 min · Hele klas

Rondleiding: Installatiepresentaties

Elke groep leidt de klas rond door hun installatie en legt uit keuzes uit. De klas reageert met observaties over ruimteverandering. Documenteer met foto's voor een klassenexpositie.

Analyseer hoe een kunstinstallatie de perceptie van een ruimte en de interactie van de kijker kan veranderen.

FacilitatietipGeef bij de rondleiding leerlingen een checklist met vragen die ze aan anderen stellen, zodat de presentaties gericht en interactief worden.

Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met de vraag: 'Noem één materiaal dat je hebt gebruikt en leg uit hoe dit de sfeer in de ruimte veranderde.' Verzamel de kaartjes aan het einde van de les om de begripstoets te meten.

ToepassenAnalyserenEvaluerenCreërenZelfmanagementRelatievaardighedenBesluitvorming
Volledige les genereren

Enkele opmerkingen over deze eenheid onderwijzen

Leerlingen leren het beste door eerst zelf te experimenteren met materialen en locaties voordat ze theorie krijgen. Vermijd lange uitleg over kunstenaars vooraf; laat ze ontdekken hoe hun eigen keuzes werken. Observeer tijdens het proces welke leerlingen moeite hebben met abstracte begrippen en bied dan concrete voorbeelden aan.

Succesvol leren zie je terug in de manier waarop leerlingen keuzes verantwoorden, materialen bewust inzetten en verhalen vertellen over hun installatie. Ze tonen begrip door te beschrijven hoe hun werk de ruimte en beleving verandert, zowel voor zichzelf als voor anderen.


Pas op voor deze misvattingen

  • Tijdens de schetsronde zeggen leerlingen: 'Installatiekunst is alleen voor grote musea en professionele kunstenaars.'

    Tijdens de schetsronde leg je uit dat Christo en Jeanne-Claude ook begonnen met kleine ruimtes. Laat leerlingen hun eigen klaslokaal als uitgangspunt nemen en vraag hen om een schets te maken van een plek die ze zelf kunnen veranderen.

  • Tijdens het bouwstation zeggen leerlingen: 'Een installatie verandert de ruimte niet echt, het is maar tijdelijk.'

    Tijdens het bouwstation laat je leerlingen bespreken wat zij voelen als ze in hun installatie staan. Vraag hen om te beschrijven hoe de ruimte anders aanvoelt en hoe die indruk blijft hangen, ook als de installatie af is.

  • Tijdens de materialenverkenning zeggen leerlingen: 'Materialen doen er niet toe, alleen het idee telt.'

    Tijdens de materialenverkenning geef je leerlingen een kijkdoos met verschillende materialen en vraag hen om in tweetallen te beschrijven hoe elk materiaal de sfeer beïnvloedt. Laat ze daarna een keuze verantwoorden voor hun eigen installatie.


Methodes gebruikt in dit overzicht