Activiteit 01
Stationrotatie: Bodemprofielen Bouwen
Stel vier stations op met materialen voor O-, A-, B- en C-lagen: turf, zand, klei en grind. Groepen bouwen profielen, gieten water erover en meten infiltratiesnelheid. Ze noteren observaties en vergelijken met echte bodemkaarten. Roteren elke 10 minuten.
Verklaar de factoren die bijdragen aan de vorming van verschillende bodemlagen.
FacilitatietipGeef bij de stationrotatie duidelijke tijdslimieten en rolkaarten met stappen, zodat leerlingen gefocust blijven op de opbouw van de lagen.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met een bodemkenmerk (bijv. 'goede drainage', 'veel humus', 'kleverig als het nat is'). Vraag hen om dit kenmerk te koppelen aan een specifiek bodemtype (zand, klei, löss) en één reden te geven waarom dit belangrijk is voor plantengroei.