Activiteit 01
Stationrotatie: Energiebronnen Onderzoeken
Richt vier stations in: fossiele brandstoffen (modellen van centrales met rookeffect), zonne-energie (zonnepanelen met lamp), windenergie (kleine turbines) en waterkracht (waterrad). Groepen draaien elke 10 minuten en noteren voor- en nadelen. Sluit af met een klassenvergelijking.
Vergelijk fossiele brandstoffen met duurzame energiebronnen op basis van hun impact op het milieu.
FacilitatietipZorg bij de stationrotatie voor duidelijke instructiebladen met afbeeldingen en korte teksten, zodat leerlingen zelfstandig kunnen werken zonder steeds vragen te hoeven stellen.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met een energiebron (bijvoorbeeld kolen, zon, wind). Vraag hen om op te schrijven wat het grootste voordeel en het grootste nadeel is van deze bron voor het milieu. Verzamel de kaartjes om het begrip te controleren.