Activiteit 01
Kaartenspel: Grondtal en Exponent
Deel kaarten uit met grondtallen (inclusief negatieve) en exponenten. Leerlingen combineren ze tot machten, berekenen de waarde en leggen uit. Wissel kaarten na 5 minuten om variatie te creëren.
Differentiëer tussen de grondtal en de exponent in een machtsverheffing.
FacilitatietipGeef leerlingen tijdens het kaartenspel duidelijke kaarten met grondtallen en exponenten, zodat ze fysiek kunnen sorteren en de onderdelen kunnen aanwijzen.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen de opgave: 'Bereken (-3)² en -3². Leg uit waarom de uitkomsten verschillend zijn.' Verzamel de antwoorden om te zien of het onderscheid tussen grondtal en de plaats van het minteken begrepen is.