Activiteit 01
Station Rotatie: Symmetrie Stations
Richt vier stations in: 1) lijnsymmetrie testen met vouwen, 2) puntsymmetrie controleren met draaipunten, 3) spiegelingen tekenen op rasters, 4) figuren ontwerpen met beide symmetrieën. Groepen rouleren elke 10 minuten en noteren bevindingen in een logboek.
Hoe kun je bepalen of een figuur lijnsymmetrisch is en hoeveel symmetrieassen het heeft?
FacilitatietipBij Station Rotatie: Symmetrie Stations geef je elke groep een spiegel en meetlint, zodat leerlingen zelf kunnen ontdekken welke figuren symmetrisch zijn en hoeveel assen ze hebben.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een werkblad met vier verschillende figuren (bijvoorbeeld een vierkant, een rechthoek, een parallellogram, een vlieger). Vraag hen om bij elke figuur aan te geven of deze lijnsymmetrisch en/of puntsymmetrisch is en hoeveel symmetrieassen de lijnsymmetrische figuren hebben. Ze noteren hun antwoorden naast elke figuur.