Activiteit 01
Paarsamenwerking: Kaartjes Matchen
Deel verhaalsommen uit op kaarten, met losse termen zoals 'keer', 'totaal' en getallen. In paren sorteren leerlingen relevante info en stellen vergelijkingen op, zoals 4 × □ = 12. Plak kaarten op een vel en bespreek met de klas.
Hoe identificeer je de onbekende variabele in een verhaalsom?
FacilitatietipGeef tijdens de paarsamenwerking precieze instructies over hoe de kaartjes gesorteerd moeten worden: eerst alle getallen, dan de onbekende, en tot slot de relevante bewerkingen.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een korte verhaalsom, bijvoorbeeld: 'Er zitten 3 zakjes snoep in een doos. Elk zakje bevat 5 snoepjes. Hoeveel snoepjes zitten er in totaal in de doos?' Vraag hen de vergelijking op te schrijven die bij de som hoort, met een leeg vakje voor het antwoord.