Activiteit 01
Experiment: Optische bank met lenzen
Stel een optische bank in met lens, verlicht object en scherm. Leerlingen variëren de objectafstand u in stappen van 5 cm, meten de scherpe beeldafstand v en berekenen f en m met de formule. Ze plotten u versus v en bespreken afwijkingen van de theorie.
Analyseer hoe de afstand van een object tot een lens de positie en grootte van het beeld beïnvloedt.
FacilitatietipTijdens het experiment met de optische bank: plaats leerlingen in tweetallen waarbij de ene leerling de lenspositie afleest en de andere de schermpositie instelt, zodat ze samen de data verzamelen.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaart met een objectafstand (bijv. u = 30 cm) en een lens met een brandpuntsafstand (bijv. f = 10 cm). Vraag hen de beeldafstand (v) en de vergroting (m) te berekenen en te schetsen of het beeld rechtopstaand of omgekeerd is.