Activiteit 01
Stationrotatie: Erosie-agenten
Richt stations in voor rivier (zand in bak met stromend water), wind (haarföhn op zandheuvel), ijs (ijsblokjes op klei smelten) en chemische verwering (azijn op kalksteen). Groepen draaien elke 10 minuten, observeren veranderingen en schetsen resultaten. Sluit af met groepsdiscussie over overeenkomsten.
Analyseer hoe een rivier door de jaren heen een hele vallei uitslijt.
FacilitatietipTijdens de stationrotatie leg je nadruk op het verschil tussen verweringsproducten (vast) en erosie (bewegend) door leerlingen te vragen wat er met het materiaal gebeurt als ze het vasthouden of wegblazen.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met een afbeelding van een specifiek landschapselement (bv. een kloof, een zandduin, een bergtop). Vraag hen om te beschrijven welk proces (erosie of verwering) hier het meest dominant is en welke natuurlijke kracht (water, wind, ijs) hierbij een rol speelt. Benoem ook één gevolg voor het landschap.