Activiteit 01
Stationrotatie: Energie in Lampen
Richt vier stations in: gloeilamp (meten warmte met thermometer), LED-lamp (vergelijken lichtopbrengst), batterijcircuit (tijd meten tot leeg) en fietsdynamo (trappen en lamp observeren). Groepen draaien elke 10 minuten en noteren omzettingen en verliezen.
Analyseer hoe energie wordt omgezet in een gloeilamp of een auto.
FacilitatietipTijdens de stationrotatie energie in lampen laat je leerlingen eerst voorspellen welke lamp het meeste licht geeft, voordat ze metingen uitvoeren met een luxmeter.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met een apparaat (bijvoorbeeld een föhn, een fietslamp op dynamo, een waterkoker). Vraag hen om de belangrijkste energieomzettingen te benoemen en te schetsen hoe de energie van de ene vorm naar de andere gaat. Benoem ook waar energie verloren gaat.