Skip to content
Beeldende vorming · Groep 6

Ideeën voor actief leren

Textuur in Verf: Impasto en Glazuur

Voor deze les is actief leren essentieel omdat leerlingen door tastbare ervaring de verschillen tussen impasto en glazuur zelf ontdekken. Door verf letterlijk te voelen en te zien hoe lagen veranderen, bouwen ze mentale modellen op die abstracte uitleg niet kunnen vervangen.

SLO Kerndoelen en EindtermenSLO: Basisonderwijs - Beeldende vorming: Hanteren van verfSLO: Basisonderwijs - Beeldende vorming: Zeggingskracht van het beeld
20–50 minDuo's → Hele klas4 activiteiten

Activiteit 01

Circuitmodel45 min · Kleine groepjes

Station Rotatie: Textuurstations

Richt vier stations in: impasto met paletmes en dikke verf, glazuur met verdunde lagen, vergelijkingstesten op papier, en tactiele exploratie met vingers. Groepen rouleren elke 10 minuten en noteren visuele en tastbare waarnemingen in een logboek. Sluit af met een korte presentatie per groep.

Compare de visuele en tactiele effecten van impasto en glazuur in een schilderij.

FacilitatietipBij de station rotatie: demonstreer eerst zelf hoe je de gereedschappen gebruikt, zoals een paletmes voor impasto of een dun penseel voor glazuur.

Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met de termen 'impasto' en 'glazuur'. Vraag hen om voor elke term één zin te schrijven die uitlegt hoe de verf wordt aangebracht en één woord dat het belangrijkste visuele effect beschrijft. Verzamel de kaartjes aan het einde van de les.

OnthoudenBegrijpenToepassenAnalyserenZelfmanagementRelatievaardigheden
Volledige les genereren

Activiteit 02

Circuitmodel30 min · Duo's

Paarwerk: Textuurvergelijking

Deel leerlingen in in paren en geef elk duo twee doekjes: één voor impasto, één voor glazuur op een identiek motief. Ze schilderen, vergelijken effecten en wisselen doeken om elkaars werk te voelen. Bespreek verschillen in expressie.

Explain hoe de textuur van verf kan bijdragen aan de expressie en betekenis van een kunstwerk.

FacilitatietipBij paarwerk: geef leerlingen een vaste volgorde aan voor hun vergelijking, zoals eerst de techniek benoemen, dan het effect beschrijven en ten slotte een compliment geven.

Waar je op moet lettenLaat leerlingen hun werkstukken (schetsen of beginnende schilderijen) met een buurman/buurvrouw bekijken. Stel de vraag: 'Zie je waar de kunstenaar dikke verf (impasto) heeft gebruikt en waar dunne, transparante lagen (glazuur)?' Leerlingen wijzen dit aan op elkaars werk en geven één compliment over de textuur.

OnthoudenBegrijpenToepassenAnalyserenZelfmanagementRelatievaardigheden
Volledige les genereren

Activiteit 03

Circuitmodel50 min · Kleine groepjes

Kleine Groepen: Gelaagd Schilderij

In kleine groepen schetsen leerlingen een landschap en bouwen het op met impasto voor voorgrond en glazuur voor achtergrond. Ze layeren technieken en reflecteren op hoe textuur diepte creëert. Presenteer aan de klas.

Construct een schilderij waarin verschillende verftexturen worden toegepast om een rijk oppervlak te creëren.

FacilitatietipBij kleine groepen: loop rond met voorbeelden van gelaagde schilderijen en vraag gericht naar de keuzes van de groep.

Waar je op moet lettenTijdens het werkproces loopt de leerkracht rond met een klein whiteboardje. Vraag een leerling: 'Welke techniek gebruik je hier en welk effect wil je daarmee bereiken?' De leerling antwoordt mondeling en de leerkracht noteert kort de techniek en het beoogde effect.

OnthoudenBegrijpenToepassenAnalyserenZelfmanagementRelatievaardigheden
Volledige les genereren

Activiteit 04

Circuitmodel20 min · Hele klas

Hele Klas: Reflectieronde

Toon leerlingenwerk en leid een heleklasdiscussie: welke textuur versterkt welke emotie? Elke leerling deelt één observatie over tactiel versus visueel effect.

Compare de visuele en tactiele effecten van impasto en glazuur in een schilderij.

FacilitatietipBij de reflectieronde: gebruik een timer om ervoor te zorgen dat iedereen aan het woord komt en dat antwoorden kort en krachtig blijven.

Waar je op moet lettenGeef leerlingen een kaartje met de termen 'impasto' en 'glazuur'. Vraag hen om voor elke term één zin te schrijven die uitlegt hoe de verf wordt aangebracht en één woord dat het belangrijkste visuele effect beschrijft. Verzamel de kaartjes aan het einde van de les.

OnthoudenBegrijpenToepassenAnalyserenZelfmanagementRelatievaardigheden
Volledige les genereren

Enkele opmerkingen over deze eenheid onderwijzen

Ervaren leraren weten dat deze technieken het best worden geleerd door directe ervaring. Vermijd lange uitleg vooraf; geef in plaats daarvan korte, gerichte instructies tijdens het werkproces. Gebruik voorbeelden uit bekende kunstenaars zoals Van Gogh voor impasto of Turner voor glazuur, maar laat leerlingen zelf ontdekken hoe deze technieken werken. Houd rekening met het niveauverschil door tijdens het werkproces aan te sluiten bij individuele leerlingen.

Succesvolle leerlingen kunnen na deze les de technieken herkennen en toepassen, kunnen uitleggen hoe textuur emotie of diepte beïnvloedt, en gebruiken bewuste keuzes in hun eigen werk. Ze tonen dit door concrete voorbeelden te geven en feedback te geven op elkaars werk.


Pas op voor deze misvattingen

  • Tijdens de station rotatie, horen leraren vaak de opmerking: 'Impasto is alleen voor abstracte kunst, je kunt er geen realistische beelden mee maken.'

    Tijdens de station rotatie: daag leerlingen uit om met dikke verf golven, bomen of zelfs gezichten te schetsen. Laat ze ontdekken dat textuur emotie toevoegt, zoals ruwheid voor stormachtige luchten of gladheid voor stil water.

  • Tijdens de paarwerk vergelijking, denken leerlingen soms dat glazuur de verf altijd dikker maakt.

    Tijdens de paarwerk vergelijking: laat leerlingen met hun eigen ogen zien hoe dunne lagen glazuur op papier transparant werken. Gebruik een witte achtergrond en laat ze kijken hoe kleuren onder de laag door komen.

  • Tijdens de kleine groepen opdracht, denken leerlingen dat textuur geen invloed heeft op de betekenis van hun werk.

    Tijdens de kleine groepen opdracht: daag leerlingen uit om bewust textuur te gebruiken voor een specifieke emotie, zoals ruwheid voor agressie of gladheid voor vrede. Bespreek daarna in de groep welke keuzes zij hebben gemaakt.


Methodes gebruikt in dit overzicht