Activiteit 01
Stationsrotatie: Acryltexturen
Richt vier stations in: 1. dikke impasto met paletmessen, 2. dunne glacissen met kwasten, 3. spatten en druipen voor dynamiek, 4. textuur met spons en karton. Groepen draaien elke 10 minuten en noteren effecten in een logboek. Sluit af met een gallery walk.
Analyze de voordelen van acrylverf voor het creëren van zowel dunne, transparante lagen als dikke, textuurrijke oppervlakken.
FacilitatietipTijdens de stationsrotatie Acryltexturen loop je rond met een timer en geef je leerlingen direct feedback op hun timing bij nat-in-nat technieken.
Waar je op moet lettenGeef elke leerling een kaartje met een afbeelding van een schilderij. Vraag hen om één techniek te benoemen die zichtbaar is (bijvoorbeeld impasto of glacis) en uit te leggen hoe de snelle droogtijd van acryl hierbij een rol kan spelen.