Activiteit 01
Stationrotatie: Pen- en Inktstations
Richt vier stations in: fineliners op glad papier, kroontjespen met dipschotel, brushpennen voor variabele dikte en stippling met puntpen. Groepen rotëren elke 10 minuten, schetsen voorbeelden en noteren effecten in een observatietabel. Sluit af met een korte presentatie per groep.
Compare de visuele effecten van verschillende penpunten en inkttypes op de lijnkwaliteit.
FacilitatietipTijdens de stationrotatie laat je leerlingen per station een kleine taak uitvoeren, zoals het tekenen van een golflijn met drie verschillende penpunten.
Waar je op moet lettenGeef leerlingen een klein vel papier. Vraag hen om twee verschillende lijnen te tekenen: één met een dikke lijn en één met een dunne lijn, waarbij ze de penpunt benoemen die ze daarvoor hebben gebruikt. Ze noteren ook één woord dat de expressie van de dikke lijn beschrijft.