Ga naar de inhoud
Beeldende vorming · Groep 5

Ideeën voor actief leren

Druktechnieken: Stempels en Monoprints

Actief leren past perfect bij dit onderwerp omdat leerlingen door directe ervaring ontdekken hoe kleine aanpassingen in druk en inkt hun afdrukken beïnvloeden. Door te experimenteren met materialen zoals aardappels, linoleum of schuimrubber voelen ze zelf aan dat grafische technieken niet alleen technisch zijn, maar ook expressieve keuzes mogelijk maken.

SLO Kerndoelen en EindtermenSLO: Basisonderwijs - Beeldende vorming: techniekSLO: Basisonderwijs - Beeldende vorming: vormgeving
30–50 minDuo's → Hele klas4 activiteiten

Activiteit 01

Circuitmodel45 min · Kleine groepjes

Station Rotatie: Stempelwerkplaatsen

Richt vier stations in: stempels snijden, inkt aanbrengen, afdrukken maken en patronen samenstellen. Groepen rotëren elke 10 minuten en noteren observaties over druk en inkt. Sluit af met een gallery walk om elkaars werk te bespreken.

Analyseer hoe herhaling van een stempel een patroon of ritme creëert in een afdruk.

FacilitatietipZorg bij de Stempelwerkplaatsen dat leerlingen zowel met zachte als harde materialen werken, zodat ze het verschil in afdrukkwaliteit direct ervaren.

Waar je op moet lettenGeef elke leerling een klein kaartje. Vraag hen om één woord op te schrijven dat beschrijft hoe de druk de afdruk heeft veranderd (bijvoorbeeld: 'licht', 'vlekkerig', 'duidelijk'). Daarnaast vragen ze één vraag te stellen over het maken van patronen met stempels.

OnthoudenBegrijpenToepassenAnalyserenZelfmanagementRelatievaardigheden
Volledige les genereren

Activiteit 02

Circuitmodel30 min · Duo's

Parenexperiment: Monoprint Variaties

In paren bereiden leerlingen een plexiglasplaat voor met inkt en texturen. Ze drukken meerdere afdrukken met wisselende drukniveaus en vergelijken resultaten. Elke leerling ontwerpt één unieke variatie op een thema zoals natuurmotieven.

Verklaar hoe de druk en de hoeveelheid inkt de kwaliteit van een afdruk beïnvloeden.

FacilitatietipGeef bij het Monoprint Variaties-experiment duidelijke voorbeelden van verschillende drukintensiteiten, zodat leerlingen deze kunnen vergelijken.

Waar je op moet lettenObserveer tijdens het werkproces. Stel gerichte vragen zoals: 'Hoe zorg je dat je stempel goed dekt met inkt?' of 'Wat gebeurt er als je harder drukt op je monoprint?'. Noteer kort de antwoorden van een paar leerlingen.

OnthoudenBegrijpenToepassenAnalyserenZelfmanagementRelatievaardigheden
Volledige les genereren

Activiteit 03

Circuitmodel50 min · Hele klas

Klasopdracht: Ritme Patroon

De hele klas kiest een thema en maakt collectief een groot patroon met stempels. Leerlingen drukken herhaaldelijk en variëren posities voor ritme. Bespreken hoe herhaling eenheid creëert.

Ontwerp een serie afdrukken die variaties op een thema laten zien met behulp van een druktechniek.

FacilitatietipLeg bij de Ritme Patroon-opdracht uit dat herhaling niet betekent dat alles gelijk moet zijn: kleine variaties in plaatsing of druk maken patronen interessant.

Waar je op moet lettenLaat leerlingen hun serie van drie variaties aan een klasgenoot laten zien. De 'beoordelaar' benoemt één ding dat hij/zij goed vindt aan de serie en één suggestie voor een volgende variatie. Beide leerlingen schrijven de suggestie op.

OnthoudenBegrijpenToepassenAnalyserenZelfmanagementRelatievaardigheden
Volledige les genereren

Activiteit 04

Circuitmodel35 min · Individueel

Individueel: Serie Ontwerp

Elke leerling ontwerpt een serie van vijf afdrukken met één stempel, variërend in kleur, druk en overlapping. Ze reflecteren in een logboek op keuzes en uitkomsten.

Analyseer hoe herhaling van een stempel een patroon of ritme creëert in een afdruk.

FacilitatietipStuur bij de Serie Ontwerp-opdracht leerlingen aan om hun drie variaties bewust te ordenen, bijvoorbeeld van licht naar donker inkt.

Waar je op moet lettenGeef elke leerling een klein kaartje. Vraag hen om één woord op te schrijven dat beschrijft hoe de druk de afdruk heeft veranderd (bijvoorbeeld: 'licht', 'vlekkerig', 'duidelijk'). Daarnaast vragen ze één vraag te stellen over het maken van patronen met stempels.

OnthoudenBegrijpenToepassenAnalyserenZelfmanagementRelatievaardigheden
Volledige les genereren

Enkele opmerkingen over deze eenheid onderwijzen

Begin met concrete voorbeelden van stempels en monoprints die je zelf hebt gemaakt, zodat leerlingen zien dat variatie mogelijk is. Vermijd te veel uitleg in één keer: laat leerlingen eerst zelf ontdekken door te experimenteren. Onderzoek toont aan dat leerlingen beter onthouden als ze fouten mogen maken en deze kunnen bijsturen met gerichte feedback. Benadruk het proces, niet het perfecte eindresultaat.

Leerlingen tonen begrip door bewust te variëren in druk, inkt en positionering tijdens het maken van stempels en monoprints. Ze kunnen uitleggen hoe deze variaties invloed hebben op het eindresultaat en passen dit toe in hun eigen ontwerpen. Succesvolle leerlingen leggen verbanden tussen observaties en keuzes in het proces.


Pas op voor deze misvattingen

  • Tijdens het station Rotatie Stempelwerkplaatsen denken leerlingen dat meer inkt altijd scherpere afdrukken geeft.

    Geef elke leerling twee identieke stempels en een dunne en dikke laag inkt. Laat ze na elke afdruk vergelijken en opschrijven wat het verschil in druk en inkt met het resultaat doet.

  • Tijdens het Parenexperiment Monoprint Variaties gaan leerlingen ervan uit dat herhaling met een stempel altijd identieke afdrukken maakt.

    Geef de leerlingen een set linialen en meetlatten. Laat ze tijdens het experiment noteren hoe elke variatie in druk of positie de afdruk verandert, zodat ze zien dat kleine verschillen ritme en uniciteit creëren.

  • Tijdens de Klasopdracht Ritme Patroon denken leerlingen dat druktechnieken alleen voor kopiëren zijn en niet voor kunst.

    Laat leerlingen na het maken van hun patronen een korte reflectie schrijven waarin ze beschrijven welke keuzes ze bewust hebben gemaakt om hun patroon expressiever te maken.


Methodes gebruikt in dit overzicht