Twintig jaar. Zo lang waren de kerndoelen voor het primair en voortgezet onderwijs in Nederland goeddeels ongewijzigd. De huidige kerndoelen stammen uit 2006, een tijd voor smartphones als standaarduitrusting in de klas, voor algoritmisch gestuurde desinformatie en voor klimaatbeleid als schoolvak. Dat ze aan herziening toe zijn, verrast de meeste leraren niet. De vraag die wél urgentie heeft: wat doe je er morgen mee in de klas?

De Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) heeft samen met leraren, vakexperts en andere onderwijsprofessionals nieuwe conceptkerndoelen ontwikkeld. In november 2025 publiceerde de overheid de laatste set geactualiseerde kerndoelen voor het voortgezet onderwijs, een formele mijlpaal in een proces dat al enkele jaren loopt. Dit artikel legt uit wat er verandert en hoe je die veranderingen concreet kunt toepassen.

Wat zijn SLO kerndoelen en waarom veranderen ze nu?

Kerndoelen zijn de wettelijk vastgelegde minimumeisen voor wat leerlingen op een bepaald moment in hun schoolloopbaan moeten kennen en kunnen. Ze omschrijven het eindpunt, niet de route. Scholen en leraren bepalen zelf hoe ze die doelen bereiken.

De Stichting Leerplan Ontwikkeling is de nationale kennisinstelling voor leerplanontwikkeling die verantwoordelijk is voor het opstellen en onderhouden van die doelen. SLO werkt in opdracht van de overheid, maar doet dat in nauwe samenwerking met het onderwijsveld.

Het probleem met de kerndoelen uit 2006 is tweeledig. Ze zijn te globaal geformuleerd: een doel als "leerlingen leren omgaan met informatie" klinkt breed toepasbaar, maar biedt een leraar die vandaag een les moet ontwerpen weinig houvast. Bovendien sluiten ze niet meer aan bij de wereld van nu. Thema's als digitale geletterdheid, burgerschap en duurzaamheid waren in 2006 geen structurele onderdelen van het curriculum.

Drie drijfveren achter de herziening

De actualisatie wordt gevoed door drie urgente ontwikkelingen: de noodzaak om basisvaardigheden (taal, rekenen, lezen) steviger te verankeren,de opkomst van digitale geletterdheid als kerncompetentie, en de vraag hoe burgerschap een serieuze plek in het onderwijs krijgt. De dalende leesvaardigheid en rekenprestaties van Nederlandse leerlingen, breed uitgemeten in Kamerdebatten, gaven extra urgentie aan de herziening van het curriculum.

De structuur van de nieuwe kerndoelen begrijpen

De nieuwe conceptkerndoelen wijken op drie punten wezenlijk af van hun voorgangers.

Concretere formulering

De PO-Raad beschrijft de nieuwe kerndoelen als een stap van vrijblijvende richting naar echte sturing. Waar de oude doelen ruimte lieten voor uiteenlopende interpretaties, geven de nieuwe versies meer aan wat leerlingen precies moeten beheersen en op welk niveau. Dat is geen beperking van de professionele vrijheid van leraren, maar een verduidelijking van de gemeenschappelijke lat.

Nieuwe leergebieden

Digitale geletterdheid en burgerschap zijn nu als zelfstandige leergebieden opgenomen. Leerlingen leren niet alleen hoe ze technologie gebruiken, maar ook hoe ze kritisch omgaan met informatie, privacy begrijpen en hun rol als burger in een democratische samenleving kunnen invullen.

De kerndoelen voor basisvaardigheden zijn eveneens aangescherpt. Voor lezen, schrijven en rekenen is er meer specificiteit gekomen over wat leerlingen op welk moment moeten beheersen.

Doorlopende leerlijnen

Een van de sterkste verbeteringen in de nieuwe structuur is de nadruk op samenhang. De kerndoelen zijn ontworpen om een doorlopende leerlijn te vormen van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs. Een leerling die in groep 6 leert argumenteren, bouwt in de onderbouw van het voortgezet onderwijs op die basis voort. Die samenhang was in de 2006-versie veel minder expliciet.

Het duurzaamheidsvraagstuk

Diverse leraren en vakorganisaties signaleerden dat duurzaamheid niet als apart kerndoel is opgenomen, maar verweven is in andere leergebieden. De Rijksoverheid erkent deze discussie en benadrukt dat duurzaamheid in meerdere leergebieden terugkeert. Of die aanpak volstaat om het thema voldoende aandacht te geven in de dagelijkse praktijk, is een vraag die scholen zelf zullen moeten beantwoorden.

Van abstracte doelen naar een concreet lesplan

Hier wordt het praktisch. De kloof tussen een kerndoel op papier en een les die leerlingen daadwerkelijk verder brengt, overbruggen leraren niet vanzelf. Een gestructureerde aanpak helpt.

Stap 1: Analyseer de doelen die voor jouw klas relevant zijn

Ga niet in één keer door alle kerndoelen. Begin met het leergebied dat je het komende blok behandelt. Lees de bijbehorende kerndoelen en stel jezelf twee vragen: wat moeten leerlingen kennen, en wat moeten ze kunnen doen?

Schrijf in eigen woorden op wat het kerndoel van leerlingen vraagt. Die vertaalslag van beleidstaal naar klassentaal is een waardevolle professionele oefening, en vaak ook een eye-opener over hoe je het onderwerp tot nu toe aanbood.

Stap 2: Koppel doelen aan bestaande en nieuwe activiteiten

De komst van nieuwe kerndoelen is geen signaal om alles wat je hebt opgebouwd weg te gooien. De nieuwe kerndoelen bieden een kans om het onderwijs aantrekkelijker voor leerlingen te maken. Maak een overzicht van je huidige activiteiten en zet er het bijbehorende kerndoel bij.

Je zult merken dat veel wat je al deed kerndoelendekkend is. Maar je zult ook blinde vlekken ontdekken: leergebieden waar je minder aandacht aan besteedde dan de bedoeling is, of waar de nieuwe kerndoelen iets vragen wat je lesmethode nog niet afdekt.

Stap 3: Ontwerp activiteiten die meerdere leergebieden verbinden

De nieuwe kerndoelen leggen expliciet nadruk op samenhang. Gebruik dat als ontwerpregel. Een schrijfopdracht over een maatschappelijk thema oefent taalvaardigheid én burgerschap tegelijk. Een wiskundeles met reële data over energieverbruik raakt rekenen én duurzaamheid.

Projectmatig onderwijs leent zich hier uitstekend voor. Geef leerlingen een onderzoeksvraag waarbij ze moeten lezen, rekenen, presenteren én nadenken over maatschappelijke context. Zet de relevante kerndoelen expliciet bovenaan het project, zodat leerlingen ook weten waarop ze worden aangesproken.

Stap 4: Kijk naar je methode met nieuwe ogen

Veel scholen werken met een vaste lesmethode. Die methodes zijn doorgaans gebaseerd op de kerndoelen, maar niet altijd op de nieuwste versie. SLO adviseert scholen om hun methodes te vergelijken met de nieuwe conceptkerndoelen en te bepalen waar aanvulling nodig is.

Dat hoeft geen groot project te zijn. Een teamoverleg van twee uur per leergebied, waarbij je per kerndoel nagaat of de methode het afdekt, geeft je al een helder beeld van de lacunes. De overgang naar de nieuwe kerndoelen is ook een uitgelezen moment om te beoordelen waar je methode te veel stuurt en waar je eigen ontwerp meer ruimte geeft aan de doelen die er werkelijk toe doen.

"De nieuwe kerndoelen zijn een kans om ons onderwijs aantrekkelijker voor de leerlingen te maken."

VO-raad, over de herziening van de kerndoelen

De rol van formatieve evaluatie bij het behalen van kerndoelen

Kerndoelen stellen is één ding. Weten of leerlingen ze ook bereiken, is iets anders. Veel scholen vertrouwen voor dat tweede op toetsen aan het einde van een periode. Die hebben hun waarde, maar vertellen je pas achteraf wat je eerder had willen weten.

Formatieve evaluatie is de praktijk van doorlopend peilen, niet om een cijfer te geven, maar om je onderwijs bij te sturen. De kern ervan, zoals Dylan Wiliam van University College London uitgebreid heeft beschreven, is dat leerlingen actief worden betrokken bij het bewaken van hun eigen leerproces. De leraar gebruikt wat hij of zij ziet om de volgende les te verbeteren, niet om een rapport te vullen.

Concrete technieken voor de klas

Exit tickets: Geef leerlingen aan het einde van een les drie minuten om op een briefje of digitaal te beantwoorden: wat begrijp ik nu, en wat is nog onduidelijk? Koppel de vragen expliciet aan het kerndoel van die les. Zo weet je voor de volgende les waar je op moet terugkomen.

Leerdoelenkaarten: Schrijf het kerndoel om naar een leerlingvriendelijke "Ik kan..."-formulering en deel die uit aan het begin van een lesreeks. Leerlingen markeren bij elke les hoe ver ze denken te staan. Dit maakt de voortgang zichtbaar voor zowel de leerling als de leraar.

Peergesprekken: Laat leerlingen in tweetallen bespreken wat ze van een opdracht hebben geleerd en wat ze nog niet snappen. De leraar loopt rond, luistert en noteert welke misvattingen terugkomen. Dat levert rijkere informatie op dan een klassikale vraag.

Observatieschema's: Maak voor een project of lesreeks een eenvoudig schema met de kerndoelen als rijen en de namen van leerlingen als kolommen. Noteer tijdens het werken korte observaties. Zo bouw je een beeld op over de hele klas zonder uitgebreide toetsing.

Evalueer het kerndoel, niet de activiteit

Een veelgemaakte fout is het evalueren van de activiteit in plaats van het kerndoel. "Heeft de leerling de presentatie gegeven?" zegt minder dan "Kan de leerling een standpunt onderbouwen met argumenten?" Formuleer je evaluatievragen altijd vanuit het kerndoel.

Professionele samenwerking als hefboom

Formatieve evaluatie werkt het beste als het een collectieve praktijk wordt, niet een individuele gewoonte van één leraar. Bespreek als team regelmatig wat je ziet in de klas: wat beheersen leerlingen al goed, waar loopt het vast? Gebruik de kerndoelen als gemeenschappelijke taal in die gesprekken.

Schoolleiders kunnen dit faciliteren door in teamvergaderingen concrete tijd te reserveren voor het bespreken van leerlingwerk. SLO en Onderwijs van Morgen bieden materialen en netwerken voor scholen die aan de slag gaan met de actualisatie. Je hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden.

Wat dit voor jou als leraar betekent

De herziening van de SLO kerndoelen is geen administratieve exercitie. Het is een uitnodiging om je eigen onderwijs opnieuw te doordenken, met meer precisie over wat je wilt bereiken en meer bewustzijn over of leerlingen dat ook daadwerkelijk bereiken.

Er zijn terechte vragen die op dit moment nog geen definitief antwoord hebben: hoe monitort de overheid of de implementatie lukt? Welke concrete ondersteuning krijgen scholen bij het vertalen van de doelen naar de praktijk? En leidt de nadruk op concreetheid niet tot een curriculum dat de professionele ruimte van leraren beknot? Die vragen zijn niet retorisch. Ze verdienen serieuze aandacht van schoolleiders, beleidsmakers en leraren zelf.

Wat je nu al kunt doen: begin klein. Neem één leergebied, analyseer de nieuwe kerndoelen, vergelijk ze met je huidige praktijk en bespreek je bevindingen met een collega. De overgang naar de nieuwe kerndoelen gaat niet in één schooljaar. Elke stap die je nu zet, maakt de uiteindelijke omslag kleiner.

De actualisatie van de kerndoelen is, ondanks alle openstaande vragen, een stap in de goede richting. Nederlandse leraren verdienen kerndoelen die hen werkelijk helpen, en dat is precies wat de nieuwe versie belooft te zijn.