Nederland · SLO Kerndoelen en Eindtermen
Klas 5 VWO Taalbeheersing en Literaire Analyse: De Kracht van het Woord
Dit curriculum bereidt leerlingen voor op het eindexamen door diepgaande tekstverwerking te combineren met kritische taalreflectie en literatuurgeschiedenis. De focus ligt op het analyseren van complexe argumentatie en het ontwikkelen van een eigen academische schrijfstijl.

01Retorica en Overtuigingskracht
Een verkenning van de klassieke en moderne welsprekendheid om de mechanismen achter beïnvloeding te doorgronden.
Leerlingen identificeren eenvoudige overtuigingstechnieken (zoals herhaling, voorbeelden, emotionele woorden) in reclames en korte teksten.
Leerlingen identificeren veelvoorkomende drogredenen in argumentatieve teksten en oefenen met het weerleggen ervan.
Leerlingen onderzoeken hoe retorische stijlmiddelen zoals metafoor, anafoor en hyperbool worden ingezet voor overtuiging.
Leerlingen oefenen met debattechnieken, inclusief het formuleren van standpunten, argumenteren en reageren op tegenargumenten.
Leerlingen leren het hoofdstandpunt en de ondersteunende argumenten in eenvoudige opiniestukken en discussies te herkennen.
Leerlingen schrijven een informatieve tekst over een onderwerp, waarbij ze feiten en meningen onderscheiden en een duidelijke structuur aanhouden.
Leerlingen onderzoeken hoe verschillende media (nieuws, sociale media, reclame) retorische strategieën inzetten om te overtuigen.
Leerlingen onderscheiden feiten van meningen in eenvoudige informatieve teksten en leren waarom dit belangrijk is.
Een discussie over de morele grenzen van retorica en de verantwoordelijkheid van de spreker/schrijver.
Leerlingen onderzoeken hoe narratieve elementen en persoonlijke anekdotes worden ingezet om te overtuigen.
Leerlingen analyseren hoe eenvoudige overtuigingstechnieken worden gebruikt in nieuwsberichten en op sociale media.

02De Gouden Eeuw en de Verlichting
Een literair-historische reis door de 17e en 18e eeuw, waarbij teksten in hun sociaal-culturele context worden geplaatst.
Leerlingen onderzoeken de politieke, economische en religieuze context van de 17e eeuw in Nederland.
Leerlingen lezen en bespreken eenvoudige fragmenten of bewerkingen van verhalen uit de Gouden Eeuw, zoals volksverhalen of fabels, en plaatsen deze in hun tijd.
Leerlingen lezen en bespreken eenvoudige gedichten uit de 17e eeuw die gaan over de natuur, het leven of alledaagse dingen, en letten op beeldspraak.
Leerlingen onderzoeken korte spreuken, gezegden en eenvoudige moralistische verhalen uit de 17e en 18e eeuw en bespreken de betekenis ervan.
Leerlingen maken kennis met de belangrijkste ideeën van de Verlichting (zoals vrijheid en gelijkheid) en hoe deze terugkwamen in eenvoudige teksten of verhalen.
Analyse van ironie en spot als wapens tegen maatschappelijk onrecht in de 18e eeuw.
Leerlingen vergelijken het schrijven van brieven in de 18e eeuw met hoe we nu communiceren, en lezen eenvoudige fragmenten uit historische briefromans.
Leerlingen onderzoeken hoe kinderboeken in de 18e eeuw werden gebruikt om kinderen iets te leren en vergelijken dit met moderne kinderboeken.
Leerlingen maken kennis met de opkomst van de roman als een nieuw soort lang verhaal in de 18e eeuw en bespreken de kenmerken ervan.
Leerlingen ontdekken hoe schrijvers in de 17e en 18e eeuw inspiratie haalden uit oude Griekse en Romeinse verhalen en mythen voor hun eigen werk.
Leerlingen onderzoeken wie er in de 17e en 18e eeuw boeken en kranten las en hoe dit veranderde door de tijd heen.

03Taal als Systeem en Instrument
Verdieping in de taalkunde, variërend van historische taalontwikkeling tot moderne sociolinguïstiek.
Leerlingen onderzoeken de basisbouwstenen van taal: hoe klanken woorden vormen, hoe woorden zinnen maken en hoe zinnen betekenis krijgen.
Onderzoek naar hoe dialecten, sociolecten en straattaal de identiteit van groepen vormgeven.
Van het Hebban olla vogala tot de standaardisering van de Nederlandse taal.
Leerlingen onderzoeken hoe de manier waarop we iets zeggen (toon, woordkeuze) de betekenis kan veranderen en hoe we ongeschreven regels in gesprekken volgen.
Leerlingen onderzoeken hoe taal ons helpt om te denken, problemen op te lossen en de wereld om ons heen te begrijpen.
Leerlingen onderzoeken hoe kinderen hun eerste taal leren en hoe mensen een tweede taal kunnen leren, en bespreken de voordelen van meertaligheid.
Leerlingen onderzoeken hoe taal wordt gebruikt om mensen te beïnvloeden, bijvoorbeeld in reclame, politiek of in gesprekken met vrienden.
Leerlingen analyseren de oorzaken en gevolgen van de toenemende invloed van het Engels op de Nederlandse taal.
Onderzoek naar de relatie tussen taalgebruik en genderidentiteit, inclusief genderneutraal taalgebruik.
Leerlingen maken kennis met het idee dat onderzoekers grote hoeveelheden tekst (zoals boeken of internetteksten) gebruiken om meer over taal te leren.
Onderzoek naar de taalkundige mechanismen achter humor, zoals woordspelingen, ironie en sarcasme.

04De Romantiek en het Realisme
Een vergelijking tussen de vlucht in de verbeelding en de rauwe weergave van de werkelijkheid in de 19e eeuw.
Leerlingen verkennen de algemene kenmerken van de Romantiek, zoals subjectiviteit, emotie en natuurverheerlijking.
De kenmerken van de Romantiek in de Nederlandse literatuur, met aandacht voor natuur en emotie.
Leerlingen lezen en bespreken eenvoudige fragmenten of een bewerking van 'Max Havelaar' en leren over de schrijver Multatuli en het thema van onrechtvaardigheid.
Leerlingen lezen en bespreken eenvoudige verhalen uit de 19e eeuw die gaan over het dagelijks leven van gewone mensen en de problemen die zij tegenkwamen.
Leerlingen maken kennis met gedichten van de 'Tachtigers' en ontdekken hoe zij de schoonheid van taal en emotie centraal stelden, zonder een duidelijke boodschap.
Leerlingen lezen fragmenten uit 19e-eeuwse romans die gaan over verschillen tussen arm en rijk en de problemen in de maatschappij van toen.
Leerlingen vergelijken eenvoudige gedichten uit de Romantiek (over gevoel en natuur) met gedichten van de Tachtigers (over mooie taal en kunst).
Leerlingen ontdekken dat er in de 19e eeuw steeds meer vrouwelijke schrijvers waren en lezen fragmenten uit hun boeken over het leven van vrouwen.

05Academische Vaardigheden en Onderzoek
Voorbereiding op het wetenschappelijk onderwijs door middel van brononderzoek en academisch schrijven.
Leerlingen leren hoe ze een heldere en onderzoekbare vraag formuleren en een passende hypothese opstellen.
Leerlingen leren hoe ze betrouwbare informatie kunnen vinden voor een werkstuk en hoe ze deze informatie in hun eigen woorden kunnen opschrijven.
Leerlingen leren hoe ze een werkstuk opbouwen met een inleiding, middenstuk en slot, en hoe ze hun ideeën duidelijk presenteren.
Leerlingen leren op een eenvoudige manier hoe ze de bronnen die ze gebruiken in hun werkstuk kunnen vermelden, zoals de titel van een boek of de website.
Leerlingen oefenen met het schrijven van teksten die duidelijk, netjes en geschikt zijn voor verschillende situaties, zoals een verslag of een brief.
Leerlingen oefenen met het geven van een duidelijke presentatie over een onderwerp, waarbij ze letten op hun stem, houding en het gebruik van plaatjes of filmpjes.
Leerlingen leren constructieve feedback geven en ontvangen, en hun eigen werk kritisch te reviseren.
Leerlingen leren hoe ze kritisch kunnen kijken naar teksten, zoals nieuwsberichten of informatieve artikelen, en zich afvragen of de informatie klopt.
Leerlingen verdiepen hun begrip van hoe teksten zijn opgebouwd om ons te overtuigen en herkennen de belangrijkste argumenten en standpunten.
Leerlingen maken kennis met de stappen van een eenvoudig onderzoek: een vraag bedenken, informatie verzamelen en de resultaten presenteren.

06Moderne Literatuur en Maatschappij
Analyse van 20e- en 21e-eeuwse teksten in relatie tot grote historische gebeurtenissen en actuele thema's.
Leerlingen maken kennis met moderne verhalen uit de vroege 20e eeuw die op een nieuwe manier verteld worden, bijvoorbeeld door veel over gevoelens na te denken.
Leerlingen lezen en bespreken eenvoudige verhalen of fragmenten over de Tweede Wereldoorlog en de impact ervan op mensen.
Leerlingen lezen korte verhalen die spelen met wat echt is en wat niet, en ontdekken hoe schrijvers andere verhalen gebruiken in hun eigen werk.
Leerlingen bespreken hoe schrijvers in hun boeken aandacht vragen voor belangrijke onderwerpen van nu, zoals het milieu of verschillen tussen mensen.
Leerlingen lezen verhalen over mensen die verhuizen naar een nieuw land en hoe zij omgaan met verschillende culturen en het vinden van hun plek.
Leerlingen onderzoeken hoe internet en sociale media het lezen, schrijven en delen van verhalen hebben veranderd.
Leerlingen lezen verhalen die gaan over de natuur, het milieu en de klimaatverandering, en bespreken hoe deze verhalen ons aan het denken zetten.
Leerlingen discussiëren over welke boeken belangrijk zijn om te lezen en waarom het goed is om verhalen van verschillende soorten mensen te kennen.